donderdag 14 april 2016

Onemanshow.

 


Hij komt aangepeddeld op zijn dooie gemak. Zijn opengeslagen fietstas zit vol zakjes. Zonder nadenken of rondkijken begint hij met minihark en schepje in de bak aarde te wroeten. De plukjes onkruid vliegen in het rond. Ik heb deze man nooit eerder gezien. Niet in de gang van het gebouw, niet in de buurtwinkel, niet voorbijkuierend met of zonder hond. Terwijl hij een verkreukelde broodzak uit zijn tas vist slaat mijn fantasie op hol. Misschien is hij groendienstmedewerker op rust, zo iemand die maar geen afscheid kan nemen van zijn job. Of misschien hebben hij en de burgemeester een sterke vriendschapsband, waarbij ze boven hun wekelijkse trappist luchtkastelen bouwen over een groener Gent. En misschien heeft één van die kwajongensachtige plannen het bierviltje gehaald. Ondertussen heeft hij de bruine frommel leeggeschud boven een ondiepe put. Vanaf mijn krukje op twee hoog zie ik een tiental bolletjes liggen waaruit witte wortels priemen. Hij gooit er een bergje aarde bovenop, wandelt terug naar zijn fiets, kijkt om, aarzelt en keert op zijn stappen terug met een andere broodzak die hij boven een in zeven haasten gegraven kuil licht. Pas dan lijkt hij tevreden over zijn actie. Hij bestijgt zijn aluminium handlanger en fietst de horizon tegemoet zoals alleen filmhelden dat kunnen, richting centrum, waar hij volgens mijn verbeelding hetzelfde zal doen in zoveel mogelijk kale plantenbakken. Broodzakken heeft hij in overvloed. Ik blijf achter met minstens evenveel vragen.  

Misschien was ik net getuige van een performance die niet per se gezien mocht worden. Dan was dit een conceptueel artiest wiens schepping pas ontdekt wordt als de natuur haar werk heeft gedaan. Maar het kon ook gewoon een tuinloze stiekemerd met een overschot aan bloembollen geweest zijn. Eén ding weet ik zeker: bij het ontluiken van zijn ingreep in de publieke ruimte zal ik antwoorden met een eerbetoon. Een kunstzinnige struik, anti-hondenstrontbord of creatieve omheining tegen scheefparkeerders. Ik geef het nog wat tijd. Een goed idee moet groeien. Vraag maar aan mijn geniepige voortuinman.

vrijdag 8 april 2016

Randgevallen.



Mensen in zwart-wit en een kader van kartels. 
Los van een zeldzaam bijschrift of jaartal 
wensen ze liever anoniem te blijven. 
Hun vergeelde blikken spreken boekdelen
- op feestdagen, met vakantie, omringd of alleen -
maar een muf fotoarchief en dikke lagen stof
legden hen het zwijgen op. 

In 'Randgevallen' krijgt gekregen of gevonden erfgoed een stem
maar elke gelijkenis met bestaande personen, gebeurtenissen, 
activiteiten of aangehaalde voorbeelden 
berust op louter toeval. 
  
Mijn fotoalbumzine is dit weekend te koop 
op de tweede editie van de Zine Happening in Gent. 
Hier alvast een voorproefje:


"We liggen elk in ons eigen bed-voor-een-nacht, met doorligput en wel honderd kilo dekens. Het is tijd om te slapen maar de spanning en het gezelschap doen nu al vermoeden dat het een lastige volgende dag wordt. We vechten om het koord waarmee het licht uitgeknipt kan worden. En weer aan. En weer uit. En weer aan. Tot een stem van beneden om stilte roept. Ons gegiechel wordt in het hele huis gehoord dankzij de kieren en de spleten. Straks krijgen we om beurt een hand boven het hoofd waarvan de duim een verticaal en daarna horizontaal streepje over onze frons zal wrijven, begeleid door een prevelend Godzegentenbewaardu. We weten nog niet waar de formule voor staat. Onze enige verantwoordelijkheid is het zo proper mogelijk houden van onze propere kleren. En de juiste benen omhelzen als we die van onze ouders bedoelen."