dinsdag 3 mei 2016

Herkransing.


Lenteschoonmaak, vierde poging. Al na een kwartier dringt het eerste afleidingsmanoeuvre zich aan me op in de vorm van iets wat op het eerste gezicht een zak stro is. De vrees voor een nest muizen wordt bij het openen van het tasje vervangen door een geruststellende potpourrigeur. In de stroom van herinneringen die volgt herken ik fetakaas, een snorkel, oreganochips, witgekalkte gebouwen, vissen met opengesperde muilen, water in tien tinten blauw en flauwe reishumor. Gedurende twee minuten waan ik me weer op dat Griekse eiland. De gestileerde hoop onkruid ziet er lang niet meer zo stralend uit als een jaar geleden, maar dat waren de kransen die ik her en der aan Koufonissiaanse huizen zag hangen evenmin. 'Gek', dacht ik toen tijdens het fotograferen van de vlechtwerkjes met verdroogde lokale flora, 'hoe ze hier zo lang blijven vasthouden aan de advent.' Toch voelde ik dat er meer achter moest zitten. Bij een zeldzaam WiFi-signaal ging ik op onderzoek uit. Al snel bleek dat de deurhangers restanten waren van de eerste mei. Terwijl de tint van die dag hier rood is, gebruiken Grieken het kleurenpalet van de natuur om het begin van de lente te vieren. Het mocht dan al begin juni zijn en bijna zomer, diezelfde dag nog snoeide ik de tuin rond het vakantieverblijf en knutselde een eigen versie van de bloemenslinger ineen. Het resultaat doorstond twee boottochten, een vliegtuigreis, treinrit en verhuis. 

Het moet een samenzwering van een stelletje Griekse goden zijn dat ik mijn poging tot folklore twee dagen na de feestdag in kwestie herontdek, gekneld tussen een doos fletse sieraden en een berg sjofele kleren. De laatste twee gaan naar een goed doel maar het souvenir mag blijven. Het hangt nu flets en sjofel het voorjaar te celebreren in de woonkamer. De voordeur is te riskant. Ik mag er niet aan denken dat de poetsvrouw het in de compostbak kiepert omdat ze er een nest muizen in herkent.  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen